Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster voerde aan dat haar vader, erflater, ten tijde van het opmaken en passeren van zijn testament niet wilsbekwaam was vanwege de ziekte van Alzheimer en dat de notaris zonder nader medisch onderzoek het testament niet had mogen passeren. De notaris stelde dat erflater ondanks zijn ziekte in staat was zijn wil te bepalen en dat hij het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid had gevolgd.
Het hof oordeelde dat de notaris op de hoogte was van de ziekte van Alzheimer en het verblijf van erflater in een zorginstelling, en dat er voldoende aanwijzingen waren om te twijfelen aan diens wilsbekwaamheid. De notaris had daarom een onafhankelijk medisch advies moeten inwinnen, wat niet was gebeurd. Het eerder gebruikte psychiatrisch rapport was verouderd en niet toereikend voor deze beoordeling.
Hoewel het hof de klacht gegrond verklaarde en de beslissing van de kamer vernietigde, zag het af van het opleggen van een maatregel aan de notaris. Dit vanwege de inspanningen van de notaris om zorgvuldigheid te betrachten en de omstandigheden rond de beschikbaarheid van medische verklaringen in die periode. Het hof benadrukte dat sinds 2013 het voor notarissen eenvoudiger is om medisch onderzoek te laten verrichten.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het vaststellen van wilsbekwaamheid, vooral bij kwetsbare personen zoals Alzheimerpatiënten, en de noodzaak van medisch advies bij twijfel.
Uitkomst: Klacht over onvoldoende zorgvuldigheid notaris gegrond verklaard, beslissing vernietigd, geen maatregel opgelegd.