ECLI:NL:GHAMS:2015:326
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen belastingaanslag inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet afgewezen
Belanghebbende was het niet eens met de aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet over het jaar 2011, waarop hij bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Tijdens het hoger beroep verzocht belanghebbende om de zitting openbaar te maken en beeld- en geluidsopnamen te mogen maken, hetgeen door het hof werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het bezwaar van de inspecteur. Het hof overwoog dat belastingzaken in principe besloten zijn en dat het verzoek niet werd ondersteund door de wederpartij.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat sprake was van discriminatie tussen natuurlijke personen en multinationals, en dat de aanslagen in strijd zouden zijn met het discriminatieverbod in de Grondwet en internationale verdragen. Het hof verwierp deze stellingen, oordeelde dat multinationals en natuurlijke personen niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt voor belastingheffing en dat de wetgever ruime beoordelingsvrijheid heeft.
Het hof bevestigde dat de aanslagen zijn opgelegd in overeenstemming met de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Zorgverzekeringswet. Klachten over de wet zelf kunnen niet aan de belastingrechter worden voorgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.