Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 75,00
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft hoger beroep van de inspecteur tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die had geoordeeld dat de na het overlijden van de verzekerde partner voortgezette uitkeringen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering een eenmalige overlijdensuitkering zijn en daarom niet aan loonbelasting zijn onderworpen.
Het hof stelt vast dat de uitkeringen na overlijden voor drie maanden worden voortgezet conform polisvoorwaarde 17.3, waarbij de uitkering aan de partner wordt betaald. De rechtbank had deze voortgezette uitkeringen als eenmalige overlijdensuitkering gekwalificeerd, maar het hof oordeelt anders. Het hof benadrukt dat de voortgezette uitkeringen onderdeel zijn van een lopende reeks periodieke uitkeringen (p.u.) en dat de polis geen sprake maakt van een aparte overlijdensuitkering.
Het hof wijst erop dat de verzekering uitsluitend ziet op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en dat de premies niet zijn gesplitst in overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsdelen. De voortgezette uitkeringen zijn daarom loon uit vroegere arbeid en aan loonbelasting onderworpen. Het beroep van belanghebbende wordt verworpen, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De voortgezette uitkeringen na overlijden zijn loonbelastingplichtige periodieke uitkeringen en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.