Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder over meerdere punten, waaronder onjuiste beslaglegging op het inkomen van een debiteur, onzorgvuldige dossierafwikkeling en vertraagde terugzending van originele exploten.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had twee klachten gegrond verklaard en een berisping opgelegd. In hoger beroep vernietigt het hof deze beslissing en verklaart klaagster niet-ontvankelijk in enkele verzoeken die niet thuishoren in een tuchtprocedure.
Het hof oordeelt dat slechts het klachtonderdeel over onjuiste beslaglegging gegrond is, omdat het gerechtsdeurwaarderskantoor naliet te onderzoeken of beslag onder de juiste instantie werd gelegd. De overige klachten worden ongegrond verklaard, onder meer omdat onvoldoende bewijs werd geleverd voor de vertraging in de retourzending van exploten.
Hoewel het handelen van de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk verwijtbaar is, ziet het hof geen aanleiding tot oplegging van een maatregel. De berisping wordt daarmee vernietigd. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren op 14 juli 2015.
Uitkomst: Het hof vernietigt de berisping, verklaart enkele klachten ongegrond en ziet af van het opleggen van een maatregel ondanks gegrond klachtonderdeel.