ECLI:NL:GHAMS:2015:2940
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- J. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheden kantonrechter en belanghebbigheid in bewindzaken na overlijden rechthebbende
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of appellant belanghebbende is en of hij belang heeft bij vernietiging van een beschikking van de kantonrechter die een machtiging verleent aan de voormalig bewindvoerder om erfdeeluitkeringen te doen.
Appellant, een kind van de overleden moeder die onder bewind stond, betwist dat de schenking van €70.000,- door de moeder aan hem als voorschot op zijn erfdeel moet worden aangemerkt. De kantonrechter had aan de bewindvoerder machtiging verleend om deze schenking als voorschot te beschouwen en om de nalatenschap van de vader te verdelen.
Het hof oordeelt dat appellant ontvankelijk is in hoger beroep omdat de beschikking rechtstreeks zijn rechten raakt. Echter, het hof stelt vast dat het bewind en de taak van de bewindvoerder zijn geëindigd door het overlijden van de moeder, waardoor de machtiging feitelijk geen betekenis meer heeft. Appellant heeft daarom geen belang bij vernietiging van de beschikking. Ook het argument dat de beschikking in een civiele bodemprocedure relevant zou zijn, leidt niet tot een ander oordeel.
Het hof wijst het hoger beroep af en veroordeelt appellant niet in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af wegens gebrek aan belang bij vernietiging van de kantonrechterlijke machtiging.