Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de WOZ-waarde van deze woning voor het belastingjaar 2012 vast op € 400.000;
- vermindert de aanslag onroerende zaakbelasting voor het belastingjaar 2012 tot een aanslag berekend naar een WOZ-waarde van € 400.000;
- veroordeelt [de heffingsambtenaar] in de door [belanghebbende] in bezwaar gemaakte proceskosten van € 243;
- veroordeelt [de heffingsambtenaar] in de door [belanghebbende] in beroep gemaakte proceskosten van € 974;
- bepaalt dat de betaling van de proceskosten in bezwaar minus het al betaalde deel en de proceskosten in beroep zijnde in totaal € 1.192, dient te geschieden aan [belanghebbende];
- stelt vast dat [de heffingsambtenaar] aan [belanghebbende] een dwangsom heeft verbeurd van € 1.260;
- draagt [de heffingsambtenaar] op dit bedrag aan [belanghebbende] te vergoeden;
- draagt [de heffingsambtenaar] op het betaalde griffierecht van € 42 aan [belanghebbende] te vergoeden.
2.Feiten
- a) dat het voor wat betreft onderdeel I de bij de WOZ-beschikking vastgestelde waarde betreft; en
- b) dat het voor het overige gericht is tegen het niet-tijdig door de heffingsambtenaar nemen van een beschikking op het info-verzoek, bij welke beschikking de heffingsambtenaar een dwangsom ex artikel 4:18 Algemene Pro wet bestuursrecht (verder de Awb) had moeten vaststellen (hierna ook de dwangsombeschikking); en dat belanghebbende in zijn beroepschrift tevens een verzoek doet als bedoeld in artikel 8:55c Awb (verder het 8:55-Verzoek) en 8:55d Awb.
- stelt vast dat [de heffingsambtenaar] aan [belanghebbende] een dwangsom heeft verbeurd van € 1.260;
- draagt [de heffingsambtenaar] op dit bedrag aan [belanghebbende] te vergoeden;
3.Het oordeel van de rechtbank
4.Geschil in hoger beroep
5.Beoordeling van het geschil
Dit houdt niet in een aanvraag om informatie te verstrekken. Mijns inziens verbeurt de gemeente een dwangsom op grond van artikel 4:17 [Awb], wanneer de termijn waarbinnen uitspraak op het bezwaarschrift moet zijn gedaan is verstreken en de belanghebbende de gemeente schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Nu de uitspraak op het bezwaarschrift in 2012 is gedaan kan er mijns inziens geen sprake zijn van een veroordeling door rechtbank Noord-Holland op grond van de Wet dwangsom.“
Pas dan verbeurt het bestuursorgaan - ingevolge artikel 4:17, eerste lid, eerste volzin van de Awb - indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven een dwangsom,aan de aanvrager voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen.
tweedevolzin van het zesde lid (aanhef en onderdeel b), aangevuld met een vergelijkbare bepaling voor bezwaar en administratief beroep (onderdeel a). Alleen in deze gevallen leidt de onmiddellijke werking ertoe dat de nieuwe bedragen alsnog worden toegepast op beslissingen en uitspraken van vóór 2014. In andere gevallen geldt voor dergelijke beslissingen en uitspraken de eerbiedigende werking van de
eerstevolzin.”
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het gericht is tegen de bij de WOZ-beschikking vastgestelde waarde (onderdeel I van belanghebbendes bij de rechtbank ingediende beroepschrift; zie 2.3);
- verklaart de bestuursrechter onbevoegd ten aanzien van het in de onderdelen II tot en met V in voornoemd beroepschrift verzochte (zie 2.3) en stelt vast dat de op die onderdelen betrekking hebbende vordering uitsluitend bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, met uitzondering van dat deel dat betrekking heeft op de door de heffingsambtenaar vastgestelde proceskostenvergoeding van € 218;
- vermindert de vastgestelde WOZ-waarde van de Woning voor het belastingjaar 2012 tot € 400.000;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de door belanghebbende in beroep (bij de rechtbank) gemaakte proceskosten van € 974;
- gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht in eerste instantie van € 42 te vergoeden;