ECLI:NL:GHAMS:2015:2855
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldig handelen financieringsinstelling leidt tot toewijzing vordering in hoger beroep
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de financieringsinstelling IDM Finance B.V. terecht haar vordering uit een doorlopend krediet kon opeisen van appellante, die na echtscheiding meende van haar verplichtingen te zijn ontslagen.
De feiten betroffen leningen uit 1999 met hypothecaire zekerheid op een woning die in 2004 werd verkocht. Na royement van de hypotheek ontstond discussie over de overdracht van vorderingen en de vraag of IDM haar vordering uit het doorlopend krediet mocht innen. Appellante voerde aan dat zij was ontslagen van haar verplichtingen en dat de vordering niet meer bestond.
Het hof oordeelde dat Hoist Portfolio Holding Ltd. als rechtsopvolger van IDM als partij moest worden aangemerkt en dat de vordering uit het doorlopend krediet niet was overgedragen aan Albank. Cruciaal was het oordeel dat IDM onzorgvuldig had gehandeld door het royement van de hypotheek zonder haar belangen te beschermen, waardoor appellante ernstig werd geschaad. Dit maakte het onaanvaardbaar dat IDM (of Hoist) haar vordering in rechte opeiste.
Het hof vernietigde daarom het bestreden vonnis en wees de vorderingen van appellante alsnog toe, met een veroordeling van Hoist respectievelijk IDM in de proceskosten. Partijen kregen gelegenheid zich nader uit te laten alvorens het eindarrest wordt gewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellante toe wegens onzorgvuldig handelen van IDM.