Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de man en de vrouw, zijn gescheiden en hebben twee kinderen. De man was tot 2013 mede-eigenaar van een vennootschap onder firma die werd opgeheven waarna hij in loondienst trad met een lager inkomen. De rechtbank had eerder een kinderbijdrage van €200 per kind vastgesteld.
De man stelde in hoger beroep dat hij zijn verdiencapaciteit niet volledig kon benutten en verzocht de kinderbijdrage met ingang van 2013 op nihil te stellen, terwijl de vrouw dit betwistte en stelde dat de man zijn oorspronkelijke inkomen had moeten behouden en zijn vermogen kon aanwenden.
Het hof oordeelde dat de man zijn inkomensverlies tot 2015 met zijn vermogen had kunnen opvangen en bekrachtigde de bijdrage van €200 per kind tot die datum. Voor de periode vanaf 2015 paste het hof de nieuwe richtlijnen toe, hield rekening met het kindgebonden budget en de draagkracht van partijen, en stelde de bijdrage vast op €129 per maand. De bestreden beschikking werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt tot 2015 bekrachtigd op €200 per kind en vanaf 2015 vastgesteld op €129 per maand.