Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagde 1] en [beklaagde 2], beiden werkzaam bij Penitentiaire Inrichting [naam PI] (hierna: beklaagden), ter zake van valsheid in geschrift.
Gerechtshof Amsterdam
Op 6 februari 2014 weigerde een gedetineerde mee te werken aan zijn vervoer naar de rechtbank, waarna penitentiaire medewerkers een afstandsformulier invulden dat suggereerde dat de gedetineerde afstand deed van zijn recht op aanwezigheid. De medewerkers handelden onder hectische omstandigheden en hadden niet de intentie de verklaring valselijk op te maken.
Het beklag richtte zich tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om geen strafvervolging in te stellen wegens valsheid in geschrift. Het hof onderzocht of er voldoende grond was voor vervolging en concludeerde dat de kans op een succesvolle strafrechtelijke vervolging klein was, mede omdat de medewerkers plausibel verklaarden dat zij niet bewust valsheid pleegden.
Hoewel het hof het handelen verontrustend vond en de ernst van de situatie inzag, achtte het onvoldoende maatschappelijk belang aanwezig om vervolging te bevelen. De beslissing van het Openbaar Ministerie werd daarom bekrachtigd en het beklag afgewezen.
Uitkomst: Het beklag tegen het niet vervolgen van penitentiaire medewerkers wegens valsheid in geschrift wordt afgewezen.