Uitspraak
mr. G.A. Krol, kantoorhoudende te Rotterdam,
mr. S. Engels, kantoorhoudende te Woerden.
1.Het verloop van het geding
- verzoeker met [A] ;
- verweerster met [B] ; en
- belanghebbende met [C] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek van [A] tot wijziging van het bestuur van de besloten vennootschap [B] en tot het geven van een instructie aan de benoemde bestuurder om alle onroerende zaken tegelijk te koop aan te bieden. Dit verzoek kwam voort uit eerdere voorzieningen waarbij [A] en [C] geschorst waren als bestuurders en een derde bestuurder, Molenaar, was benoemd.
Tijdens de zitting verklaarde Molenaar dat hij de kredietfaciliteit van ABN AMRO Bank had zien opzeggen en dat verkoop van onroerend goed noodzakelijk was om executie te voorkomen. Hij gaf aan dat hij zelf beslist over het accepteren van biedingen. [A] toonde zich bereid tot medewerking aan verkoop tegen een redelijke prijs, terwijl [C] voorwaarden stelde omtrent zijn huurrechten.
De Ondernemingskamer benadrukte dat de door haar benoemde bestuurder zijn taak in beginsel zelfstandig verricht en dat zij in principe geen concrete instructies geeft voor bestuurshandelingen. Gehoord hebbende dat Molenaar niet aan het verzoek tot instructie kon voldoen, wees de Ondernemingskamer het gewijzigde verzoek van [A] af.
De kosten van het geding werden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen. De beschikking is op 16 juni 2015 schriftelijk vastgesteld na openbare uitspraak op 4 juni 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van het bestuur en instructie tot verkoop onroerend goed wordt afgewezen.