Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
SALLAND OIL B.V,
VAN WIJK BENZINESTATIONS B. V,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Dit voorstel heeft VWB – na een korte schorsing voor intern beraad – aanvaard;
grief Iwordt de juistheid van een en ander bestreden. Volgens Salland Oil is de toets – zo begrijpt het hof haar stellingen – of zij op de bespreking van 21augustus 2012 uit de verklaringen en gedragingen over en weer redelijkerwijs mocht opmaken dat tussen Salland Oil en [A. van W.] een (romp)huurovereenkomst tot stand was gekomen en partijen derhalve de precontractuele fase voorbij waren.
Grief IIfaalt eveneens. De enkele omstandigheid dat VWB erkent dat er op 21 augustus 2012 overeenstemming was dat – zou het tot een huurovereenkomst tussen partijen komen – de huurprijs en de huurperiode zouden luiden zoals hiervoor onder 3.1 sub l vermeld, brengt niet mee dat daarmee – tegenover de gemotiveerde betwisting door VWB – in rechte voorshands, behoudens door VWB te leveren tegenbewijs, van het bestaan van een op 21 augustus 2012 tussen partijen tot stand gekomen (romp)huurovereenkomst zou mogen worden uitgegaan.
grieven III en IVbetrekking. Daaromtrent geldt het volgende.
grief Vbetrekking. Daaromtrent geldt het volgende.
grief VI– die VWB verwijt onrechtmatig tegenover haar te hebben gehandeld door de onderhandelingen af te breken – eveneens.
grief VIIverworpen.