ECLI:NL:GHAMS:2015:2158
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling echtgenote
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling van zijn echtgenote op 15 juli 2013 in Zaandam. De aangeefster deed aangifte en verklaarde mishandeld te zijn door verdachte, waarna zij haar vader belde die ter plaatse kwam om te bemiddelen.
De vader van de aangeefster verklaarde dat hij getuige was van de mishandeling, maar zijn verklaring wijkt sterk af van die van zijn dochter. Deze tegenstrijdigheden raken de betrouwbaarheid van beide verklaringen en ondermijnen de steun die de aangifte zou kunnen bieden.
Het hof heeft geen ander bewijs gevonden dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend ondersteunt. Daarom vernietigt het hof het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling.
De advocaat-generaal had een taakstraf van 20 uur geëist, te vervangen door 10 dagen hechtenis, maar deze vordering is door het hof verworpen vanwege gebrek aan bewijs.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 februari 2015.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.