ECLI:NL:GHAMS:2015:2134
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- J. den Boer
- E.F. Faase
- J.A. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 2008 na bewijsverzuim gemeenschap van goederen
Belanghebbende stelde dat hij in 2008 in gemeenschap van goederen was gehuwd met zijn echtgenote, hetgeen invloed zou hebben op de toedeling van het vermogen in box 3 voor de inkomstenbelasting. De inspecteur betwistte dit en hield rekening met huwelijkse voorwaarden, waardoor geen toedeling van de helft van het vermogen aan de echtgenote plaatsvond.
Na verwijzing door de Hoge Raad werd het geschil opnieuw behandeld door het gerechtshof Amsterdam. Belanghebbende moest bewijs leveren van zijn stelling dat hij in gemeenschap van goederen was gehuwd, maar dit bewijs bleef achterwege. De verklaring dat de huwelijkse voorwaarden niet bij het huwelijk waren opgemaakt, riep meer vragen op dan dat zij beantwoordde.
Het hof oordeelde dat geen grond bestond om aan te nemen dat enig deel van het vermogen rechtens aan de echtgenote toebehoorde. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2008 omdat belanghebbende geen bewijs leverde van gemeenschap van goederen.