Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
Partijen sloten een agentuurovereenkomst waarbij de agent voorschotten ontving die verrekend zouden worden met provisie. Na uitblijven van provisie stopte de principaal de voorschotbetalingen en zegde de overeenkomst per direct op, waarna zij terugbetaling van de voorschotten vorderde.
De kantonrechter wees de vordering van de principaal af en kende de agent een vergoeding toe over een langere periode vanwege onregelmatige beëindiging. Het hof vernietigde dit vonnis deels en oordeelde dat de agent recht heeft op een vergoeding ter hoogte van het wettelijk minimumloon over de gehele looptijd van de overeenkomst, waarbij de reeds ontvangen voorschotten daartegen worden verrekend.
Het hof vulde de leemte in de overeenkomst in met toepassing van redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de financiële afhankelijkheid van de agent en het ontbreken van een regeling voor het uitblijven van provisie. De vordering tot terugbetaling van voorschotten wordt beperkt toegewezen, waarbij de agent een deel moet terugbetalen. De kosten worden deels gecompenseerd.
Uitkomst: De agent heeft recht op een vergoeding gelijk aan het minimumloon en hoeft slechts een deel van de voorschotten terug te betalen.