Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de man en de vrouw, hadden een relatie van 2004 tot 1 januari 2012 waaruit een kind is geboren. De man is onderhoudsplichtig jegens dit kind en twee andere kinderen uit eerdere relaties. De vrouw vroeg een verhoging van de alimentatie, de man verzocht om verlaging.
Het hof heeft de behoefte van het kind vastgesteld volgens de sinds 1 april 2013 geldende richtlijnen en de draagkracht van partijen berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen, inclusief dividenduitkering van de man en het kindgebonden budget van de vrouw. De man kon slechts gedeeltelijk aantonen dat hij geen dividend kon uitkeren vanwege schulden en toekomstige btw-plicht.
De bijdrage van de man is vastgesteld op €597 per maand vanaf 1 maart 2013, €510 vanaf 1 maart 2014 en €443 vanaf 1 januari 2015, met inachtneming van zorgkorting en gewijzigde fiscale regelingen. De vrouw hoefde haar verhuisgerelateerde reiskosten zelf te dragen. De beschikking van de rechtbank is vernietigd en het hof doet opnieuw recht.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen van €597 per maand vanaf 1 maart 2013, €510 vanaf 1 maart 2014 en €443 vanaf 1 januari 2015.