Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante 1] en
[appellant 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat een geschil over de betaling van door Aspremont Advocaten verrichte juridische diensten centraal. Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen meerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam, waarbij het hof zich echter alleen over het eindvonnis van 5 februari 2014 uitspreekt. Aspremont had meerdere declaraties gestuurd die appellanten niet volledig betaalden, ondanks een betalingsregeling.
Appellanten betwisten onder meer het overeengekomen uurtarief, de inschakeling van bepaalde advocaten en de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten. Het hof oordeelt dat het uurtarief van €205,- voor mr. X terecht is vastgesteld en dat de inschakeling van mr. Y en medewerker B gerechtvaardigd was. Ook het beroep op verrekening van geïncasseerde proceskosten wordt verworpen.
Wel wordt geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten onvoldoende zijn onderbouwd en daarom wordt het vonnis op dat punt vernietigd en de vordering afgewezen. Voor het overige wordt het vonnis bekrachtigd. Appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de buitengerechtelijke incassokosten en wijst deze vordering af, bekrachtigt het vonnis voor het overige en veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep.