Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
5.Beslissing
29 oktober 2015 te 10.30 uur;
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de erkenning van een kind door een niet-biologische vader, waarbij de biologische vader vervangende toestemming tot erkenning verzoekt. De rechtbank had de verzoeken afgewezen, waarna beide partijen in hoger beroep gingen.
Het hof oordeelt dat de erkenning door de niet-biologische vader niet rechtsgeldig is en vernietigt deze. Vervolgens verleent het hof de biologische vader vervangende toestemming tot erkenning van het kind, waarbij het belang van het kind en de biologische werkelijkheid zwaar wegen. De moeder en de niet-biologische vader hadden bezwaar gemaakt, maar het hof achtte hun bezwaren onvoldoende om de erkenning te weigeren.
Daarnaast wordt een omgangsregeling tussen de biologische vader en het kind aangehouden, in afwachting van een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de mogelijkheden en eventuele belemmeringen. Het hof benadrukt het belang van tijdige statusvoorlichting aan het kind over zijn afstamming en wijst op de noodzaak van een stabiele opvoedingssituatie.
Uitkomst: De erkenning door de niet-biologische vader wordt vernietigd en de biologische vader krijgt vervangende toestemming tot erkenning; omgangsregeling wordt nader onderzocht.