Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2. Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Ambtshalve beoordeling ontvankelijkheid bezwaar
Kamerstukken II2000/01, 27 400 VII, nr. 54). Aangezien de door hem ontvangen vergoeding onder de in artikel 2, zesde lid, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2011, hierna: Wet LB 1964) vermelde drempelbedragen blijft, is aan de toepassingsvoorwaarden voor de in artikel 3.96, aanhef en onderdeel c, Wet IB 2001 juncto artikel 2, zesde lid, Wet LB 1964 opgenomen vrijwilligersregeling voldaan, zo stelt belanghebbende. Van een marktconforme vergoeding is volgens belanghebbende geen sprake. Voor het verrichten van werkzaamheden als stembureau-lid is minimaal een MBO werk- en denkniveau vereist; belanghebbende heeft hiervoor verwezen naar het onder 2.7 vermelde functieprofiel.
De door hem in 2011 verrichte werkzaamheden hebben in totaal 19 uur in beslag genomen. De inspecteur heeft ten onrechte gesuggereerd dat in ploegendiensten is gewerkt; uit de door hem overgelegde, onder 2.6 vermelde brief van de gemeente [S] kan worden afgeleid dat er altijd drie stembureauleden aanwezig moeten zijn, aldus belanghebbende. Omgerekend heeft hij derhalve (€ 150 : 19 =) € 7,89 per uur ontvangen; dit uurloon ligt ruim beneden het uurloon voor personen die werkzaam zijn op MBO-niveau. Belanghebbende heeft in dit verband een vergelijking gemaakt met het door hem in 2011 ontvangen jaarsalaris, dat overeenkomt (zo heeft belanghebbende ter zitting in hoger beroep bevestigd) met een bruto-uurloon van (bij benadering) € 23. Voorts heeft belanghebbende gesteld dat, indien gemeenten eigen personeel zouden moeten inzetten voor de werkzaamheden als stembureau-lid, zij daarvoor een aanzienlijk hoger bedrag aan salaris zouden moeten betalen; functies op MBO-niveau worden binnen de overheid vanaf salarisschaal 5 beloond, zo stelt belanghebbende. Ter illustratie heeft belanghebbende een kopie bijgevoegd van een ‘Salaristabel gemeenteambtenaren per 1 januari 2011’; in deze tabel wordt bij schaal 5 een bruto-maandloon vermeld vanaf € 1.512 (periodiek 0) tot € 2.331 (periodiek 11).
Kamerstukken II2005/06, nr. 30 306, nr. 3, blz. 43)
In dit kader is van belang dat inmiddels is voorgesteld de vrijwilligersregeling te verruimen door het weekmaximum van € 21 te vervangen door een maandmaximum van € 150 en het jaarmaximum te verhogen van € 735 naar € 1500.
Kamerstukken II2005/06, nr. 30 306, nr. 4, blz. 11)
Kamerstukken II2007/08, 29 515, nr. 235, blz. 3-6):
Het maximum onbelast uurtarief
Dit betekent dat – anders dan de inspecteur aanvankelijk in hoger beroep heeft verdedigd – bij een uurvergoeding (of een andersoortige vergoeding) die hoger is dan de genoemde normbedragen, niet in alle gevallen sprake behoeft te zijn van een marktconforme beloning in de hiervoor bedoelde zin. Het is dan in een voorkomend geval aan de belanghebbende om de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken op grond waarvan een hogere (uur)vergoeding in zijn geval niet kan worden beschouwd als een marktconforme beloning.
De hiervoor genoemde ‘safe harbour’ is daarop dan niet van toepassing.
in redelijke matein overeenstemming is met de (aard van de) verrichte werkzaamheden”, naar ’s Hofs oordeel geen vergelijking te worden gemaakt met het uurloon dat de betrokken belastingplichtige met zijn reguliere werkzaamheden verdient, maar dient (op enigszins globale wijze) te worden getoetst welke aard de verrichte werkzaamheden hebben, welke functie-eisen daaraan zijn gesteld en welk
gemiddeld(bruto) uurloon een werknemer met de vereiste kwalificaties (bij benadering) verdient. Vervolgens dient te worden bezien of de in feite verstrekte vergoeding niet (meer) ‘enigszins in overeenstemming’ daarmee is te achten.