Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
.De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake de tariefindeling van drie oligofructoseproducten met handelsnamen [A] [1], [A] [2] en [A] [3]. De inspecteur had deze producten ingedeeld onder GN-onderverdeling 1702 90 95, terwijl belanghebbende betoogde dat indeling onder inuline (GN 1108 20 00) of chemisch zuivere suiker (GN 2940 00 00) toepasselijk was.
Uit het geding blijkt dat de producten bestaan uit circa 92% fructo-oligosacharide en 8% andere suikers (glucose, fructose en sacharose). Laboratoriumonderzoek en informatiebladen bevestigen dat de producten niet chemisch zuiver zijn en dat de ketenlengte van de fructose-eenheden korter is dan bij inuline. De rechtbank oordeelde dat de producten niet aan de zuiverheidseisen van post 2940 voldoen en ook niet gelijkgesteld kunnen worden met inuline vanwege de enzymatische hydrolyse die de ketenlengte verkort.
Het Hof volgt de rechtbank in haar oordeel dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten bepalend zijn voor de tariefindeling. De producten kwalificeren als suikers onder GN-post 1702, meer specifiek onder de restpost 1702 90 95, omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden voor inulinestroop en niet chemisch zuiver zijn. De lagere zoetkracht van de producten staat deze indeling niet in de weg.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de producten worden ingedeeld onder GN-code 1702 90 95.