ECLI:NL:GHAMS:2014:6013
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning; onvoldoende onderbouwing vergelijkingspand
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende vast op €601.000, welke na bezwaar ambtshalve werd verlaagd naar €572.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en vorderde een verdere verlaging tot €523.000 of subsidiair €540.000. De rechtbank had de waarde al verminderd tot €572.000 en de aanslag aangepast.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe rekening was gehouden met de grondwaarde van het vergelijkingspand, waardoor de onderbouwing van de waarde niet deugde. De heffingsambtenaar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was.
Het Hof stelde de waarde daarom definitief vast op €540.000, een bedrag dat niet onredelijk was gelet op de stukken en onvoldoende betwisting door de heffingsambtenaar. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €540.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.