Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Artikel 1
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft van haar dochtervennootschap pensioenverplichtingen overgenomen en deze op de balans gewaardeerd inclusief een bedrag voor leeftijdscorrecties. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat volgens hem het waarderingsvoorschrift van artikel 8, zesde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 van toepassing is, waardoor de leeftijdsterugstelling niet volledig passief mag worden opgenomen.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en het Hof bevestigt deze uitspraak. Het Hof overweegt dat het waarderingsvoorschrift ook geldt voor de overgenomen pensioenverplichtingen en dat het totaalwinstbegrip niet leidt tot een andere waardering. De vermeende onevenwichtigheid wordt niet als onrechtmatig beoordeeld, omdat het waarderingsvoorschrift ook geldt voor de dochtervennootschap die het pensioen overdraagt.
Verder wijst het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat er geen gelijke gevallen zijn tussen eigen beheer pensioenverplichtingen en bij verzekeraars ondergebrachte pensioenen. Ook wordt de vorming van een afzonderlijke transitorische post afgewezen. Ten slotte wordt het beroep op een andere overlevingstafel verworpen omdat deze niet beschikbaar was op balansdatum of betrekking heeft op latere perioden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.