ECLI:NL:GHAMS:2014:576
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- P.A.M. Hoek
- R.G. Kemmers
- J.W. Hoekzema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris in beklagprocedure
Het wrakingsverzoek werd mondeling ingediend door verzoeker tijdens een raadkamerzitting in een beklagprocedure. Verzoeker stelde dat de raadsheer-commissaris niet onpartijdig was en dat het hof niet in staat was tot een objectief oordeel. Tevens werd geklaagd over vermeende onjuiste informatie van de griffie over de ontvangst van stukken.
De wrakingskamer heeft alle aangevoerde gronden zorgvuldig onderzocht. De mededeling van een termijn van twee maanden voor een beslissing werd als gebruikelijk en passend beoordeeld. Er werden geen concrete feiten of omstandigheden gevonden die een schijn van partijdigheid konden rechtvaardigen. Ook de vermeende onjuiste feitelijke aannames van verzoeker werden weerlegd.
De raadsheer-commissaris had verzoeker de gelegenheid gegeven zijn klacht toe te lichten en had geen aanwijzingen van vooringenomenheid getoond. Verzoeker verscheen niet bij de wrakingszitting, maar het openbaar ministerie sprak zich uit tegen het verzoek.
De wrakingskamer concludeerde dat de gronden tezamen of afzonderlijk onvoldoende waren om de raadsheer-commissaris te wraken en wees het verzoek af. De beschikking werd uitgesproken in openbare raadkamer op 4 februari 2014.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.