ECLI:NL:GHAMS:2014:5569
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over beleggingsdoelstellingen en risicobereidheid in vermogensbeheer
In deze civiele zaak tussen appellante en Schretlen & Co N.V. staat centraal of het beleggingsbeleid en de doelstellingen van vermogensbeheer verenigbaar waren met de overeengekomen uitgangspunten. Partijen waren overeengekomen dat het beheer gericht was op een rendement van 4% per jaar voor een cashflow van circa €90.000,-, vermogensbehoud en een beperkte risicoacceptatie, met daarnaast een additioneel streefdoel van 2% rendement voor vermogensgroei.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest vastgesteld dat indien het additionele rendement van 2% niet verenigbaar is met de overige doelstellingen, Schretlen & Co aansprakelijk kan zijn wegens onvoldoende waarschuwing en advisering. Om deze vraag te beantwoorden, heeft het hof besloten een deskundige te benoemen.
Mr. P.R. Moll RBA is als deskundige aangesteld om te onderzoeken of het beleggingsbeleid en de portefeuille samenstelling, uitgaande van een beleggingshorizon van ten minste vijf jaar en het beheerde vermogen van €1.723.319,96, geschikt waren voor het realiseren van de afgesproken cashflow en vermogensbehoud.
Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de deskundige en de vraagstelling. De deskundige zal zijn onderzoek starten na betaling van zijn kosten, die door beide partijen gelijkelijk worden gedragen. Tot het deskundigenbericht is uitgebracht, houdt het hof iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof benoemt een deskundige om te beoordelen of het beleggingsbeleid geschikt was en houdt verdere beslissingen aan.