ECLI:NL:GHAMS:2014:5566
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis kantonrechter inzake beroep op hardheidsclausule Dexia Aanbod
In deze civiele zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin haar beroep op de hardheidsclausule van het Dexia Aanbod werd afgewezen. Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest van 29 april 2014 en beoordeelt vervolgens de geldigheid en toepasselijkheid van de hardheidsclausule.
Het hof concludeert dat de hardheidsclausule geen onlosmakelijk onderdeel van de leaseovereenkomst was, maar een aparte coulanceregeling die apart met Dexia moest worden overeengekomen. Deze regeling was bedoeld voor situaties waarin leaseafnemers tijdens de looptijd niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen en kende een aanmeldtermijn tot 1 januari 2008. Appellante heeft haar beroep op de hardheidsclausule pas in januari 2011 gedaan, nadat haar leaseovereenkomst al was geëindigd.
Daarom oordeelt het hof dat het beroep op de hardheidsclausule tardief was en dat de regeling niet bedoeld was voor haar situatie. Het beroep van appellante faalt, waarna het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigt en appellante veroordeelt in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het beroep op de hardheidsclausule af wegens tardiviteit en ongeschiktheid.