Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“Schade met betrekking tot kostbaarheden als gevolg van diefstal, vermissing zijn uitsluitend verzekerd indien:
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert de verzekerde, appellant, betaling van de verzekerde waarde van een kostbaar collier dat door oplichting is verdwenen. De verzekeraar Hiscox verweert zich primair met een uitsluiting voor verduistering en subsidiair met een beperking van de dekking op grond van de voorzichtigheidsclausule.
De rechtbank had de toepasselijkheid van de verzekeringsvoorwaarden Kunst- en Verzameling Verzekering 2006-01 (KVV 2006-01) afgewezen en geoordeeld dat de voorzichtigheidsclausule van toepassing was, waardoor de uitkering beperkt zou zijn. Het hof stelt vast dat het voorval kwalificeert als oplichting en niet als verduistering, diefstal of vermissing. Hierdoor kan de verzekeraar zich niet beroepen op de uitsluiting voor verduistering noch op de voorzichtigheidsclausule.
De verzekeraar heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van vermissing in de zin van de clausule. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, wijst de vordering van appellant toe tot betaling van € 340.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 februari 2013, en veroordeelt Hiscox in de proceskosten. De bewijslevering die de rechtbank had verlangd is niet nodig.
De zaak draait om de uitleg van de verzekeringsvoorwaarden en de kwalificatie van het schadevoorval, waarbij het hof aansluit bij de feiten dat de schade het gevolg is van oplichting en niet van vermissing of verduistering. Dit leidt tot volledige toewijzing van de vordering van appellant.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Hiscox tot betaling van € 340.000 plus wettelijke rente vanaf 11 februari 2013 en in de proceskosten.