ECLI:NL:GHAMS:2014:5553
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W. van den Bergh
- J.W.M. Tromp
- P.W.A. van Geloven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aandelenleaseovereenkomst wegens niet tijdige kennis echtgenote
In deze zaak stond de vernietiging van aandelenleaseovereenkomsten centraal, waarbij de echtgenote van appellant een beroep deed op nietigheid op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. Het hof onderzocht of de echtgenote eerder dan drie jaren vóór de vernietigingsbrieven op de hoogte was van de leaseovereenkomsten van 10 september 1999 en 20 november 1998.
Uit getuigenverklaringen van appellant en zijn echtgenote bleek dat de echtgenote in maart 2003 bekend werd met de leaseovereenkomst van 10 september 1999. Het hof achtte de verklaringen consistent en geloofwaardig, ondanks kleine verschillen in de wijze van mededeling door de accountant. Daarnaast werd vastgesteld dat de echtgenote op 27 november 2001 niet op de hoogte kon zijn geweest van deze overeenkomst, omdat zij toen in Thailand verbleef.
Ten aanzien van de leaseovereenkomst van 20 november 1998 ontbraken feiten die wezen op eerdere bekendheid van de echtgenote. Dexia, de geïntimeerde, droeg de bewijslast voor het tegendeel, maar slaagde hier niet in. Het hof concludeerde dat de echtgenote niet eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrieven op de hoogte was, waardoor het vernietigingsrecht niet was verjaard.
Het hof verwees de zaak terug naar de rol om Dexia de gelegenheid te geven haar verweer over verrekening nader toe te lichten, waarna appellant hierop kan reageren. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomsten omdat de echtgenote niet eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrieven op de hoogte was en verwijst de zaak voor nadere toelichting over verrekening.