Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.De stukken van het geding
3.Het verloop van de procedure in eerste aanleg
4.De feiten
“inz. [X]”.
5.Het standpunt van het BFT
6.Het standpunt van de notaris
7.De beoordeling
“de uitoefening van bedoeld toezicht en de daaruit voortvloeiende bevoegdheid om ingevolge het tweede lid van artikel 96 Wna Pro een onderzoek te gelasten”. Daarmee is het aan de voorzitter van die kamer om de omvang van dit onderzoek te bepalen en, indien deze voorzitter dit noodzakelijk acht, dit onderzoek verder uit te breiden.
“de uitoefening van bedoeld toezicht en de daaruit voortvloeiende bevoegdheid om ingevolge het tweede lid van artikel 96 Wna Pro een onderzoek te gelasten”. Daaronder kan niet worden begrepen de bevoegdheid de zaak (verder) te behandelen als bedoeld in artikel 96 (oud) Wna. Op het moment dat het onderzoek was voltooid, moest de voorzitter van de KvT Maastricht de zaak dan ook terugsturen naar de (in beginsel) bevoegde KvT Roermond.
8.De beslissing
ad b.is overwogen en de desbetreffende declaraties aan het hof over te leggen, waarna het BFT zes weken de gelegenheid krijgt hierop te reageren;