ECLI:NL:GHAMS:2014:5257
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.J.M. Boukema
- M.M.M. Tillema
- M.L.D. Akkaya
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
Appellante verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling nadat de rechtbank dit verzoek had afgewezen. Zij stelde dat haar schulden, voornamelijk belastingschulden uit haar bloemenzaak, niet te goeder trouw waren ontstaan en deed een beroep op de hardheidsclausule.
Het hof oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat zij te goeder trouw was. De belastingschulden ontstonden door het niet afdragen van omzetbelasting en het ontbreken van een deugdelijke boekhouding. Ook de schuld aan het CJIB wegens verkeersboetes was substantieel en verwijtbaar.
Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat onvoldoende was gebleken dat de financiële situatie van appellante stabiel was en dat zij aan de verplichtingen van de regeling zou kunnen voldoen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en liet appellante de mogelijkheid om in de toekomst opnieuw een verzoek in te dienen als haar situatie verbetert.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet toegewezen.