ECLI:NL:GHAMS:2014:472
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
In deze zaak staat centraal de vraag of de echtgenote van de geïntimeerde schriftelijke toestemming heeft gegeven voor leaseovereenkomsten gesloten door haar echtgenoot met appellante. De kantonrechter had vastgesteld dat de leaseovereenkomsten als huurkoopovereenkomsten kwalificeren en dat de echtgenote op grond van artikel 1:89 BW Pro het recht had deze te vernietigen wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming.
Appellante stelde zich op het standpunt dat de rechtsvordering tot vernietiging was verjaard omdat de echtgenote langer dan drie jaar bekend was met de overeenkomsten. De kantonrechter had een bewijsvermoeden aangenomen dat de betalingen vanaf een en/of-rekening werden verricht, maar dit vermoeden werd door getuigenverklaringen weerlegd.
Het hof bevestigt dat het bewijsvermoeden ontzenuwd is en dat de gestelde bekendheid van de echtgenote met de leaseovereenkomsten niet voldoende is onderbouwd. Het bewijsaanbod van appellante wordt als niet ter zake dienend beoordeeld. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellante af wegens onvoldoende bewijs van tijdige bekendheid echtgenote.