Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2 november 2012, de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, exploitant van een schoonmaakbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor de jaren 2007 tot en met 2010. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde hij hoger beroep in tegen de hoogte van de aanslag en de afwijzing van zijn verzoek om uitstel.
Het Hof overwoog dat het verzoek om uitstel door de rechtbank terecht was afgewezen omdat geen sprake was van een spoedeisende medische situatie. De inspecteur had zijn hoorplicht niet verzaakt en had de naheffingsaanslag zorgvuldig en uitvoerig gemotiveerd vastgesteld. Belanghebbende had onvoldoende en ongespecificeerde facturen overgelegd en ging niet in op de correcties van de inspecteur.
De verschillen in opgegeven bedragen werden door het Hof toegerekend aan onvoldoende specificatie door belanghebbende. Het Hof volgde de inspecteur in de vaststelling van de voorbelasting en de correcties voor privé-uitgaven, en concludeerde dat de naheffingsaanslag niet te hoog was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.