Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[verzoekster],
Gerechtshof Amsterdam
De besloten vennootschap [verzoekster] verzocht op 6 oktober 2014 het gerechtshof Amsterdam om wraking van raadsheer M.L.D. Akkaya, die betrokken was bij een eerder arrest waarin een vordering van de woningstichting was toegewezen. Dit verzoek werd gedaan in het kader van een faillissementsprocedure tegen [verzoekster].
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel er geen concrete aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid van de raadsheer, de objectieve vrees voor vooringenomenheid gegrond was. Dit omdat Akkaya betrokken was bij het eerdere arrest dat dezelfde vordering betrof die nu opnieuw aan de orde was in de faillissementsprocedure.
De wrakingskamer stelde dat deze situatie de schijn van partijdigheid wekt, waardoor een onbevangen oordeel niet gegarandeerd is. Het verzoek tot wraking werd daarom toegewezen en de samenstelling van de insolventiekamer gewijzigd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Akkaya is toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.