Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties.
2.Feiten
3.Beoordeling
- de verkoop van het pand te Diemen heeft kunnen plaatsvinden;
- [C] heeft ƒ 40.000 van de verkoopopbrengst aangewend om de hypotheek van een beleggingspand aan de[adres], in mede-eigendom behorend aan[C] en [appellant], versneld af te lossen;
- het verkoopsaldo ad ƒ 23.337,08 is door [geïntimeerde] overgemaakt naar een rekening bij de Rabobank ten name van [appellant].[C] heeft dit bedrag vervolgens overgeboekt naar een andere rekening, zodat [appellant] daarover nooit de vrije beschikking heeft gekregen;
- door de verkoop van het pand te Diemen en de daarop volgende aflossing van de hypotheek, werden de rechten uit hoofde van de verzekeringspolis herovergedragen aan[C] als verzekeringneemster. Vervolgens heeft zij de levensverzekeringpolis afgekocht, hetgeen haar ƒ 88.014 opleverde. Daarmee is de mogelijkheid tot verdere opbouw tot de einddatum van de verzekering (1 april 2006) met een waarde van f 136.500,= verloren gegaan. [appellant] had sinds de toekenning van zijn WAO-uitkering op 5 april 1995, aanspraak op premievrije opbouw van zijn levensverzekering.