Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
De overige punten die bij de rechtbank nog in geschil waren, zijn bij het Hof niet (langer) in geschil.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende diende zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2009 niet tijdig in, ondanks herinnering en aanmaning van de Belastingdienst. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van €226 op. Belanghebbende voerde aan dat een medewerker van de Belastingdienst had toegezegd dat geen boete zou worden opgelegd, en overhandigde een handgeschreven brief ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en dat belanghebbende zijn stelling niet aannemelijk had gemaakt. Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt dit oordeel en acht de brief niet als bewijs van een dergelijke toezegging, mede omdat deze betrekking heeft op het aangiftejaar 2010 en zorgtoeslag, niet op 2009. Belanghebbende is niet verschenen bij de zitting, maar had geen uitstel verzocht.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. Er worden geen kosten aan belanghebbende opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van €226 bevestigd.