ECLI:NL:GHAMS:2014:4069

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2014
Publicatiedatum
2 oktober 2014
Zaaknummer
23-001365-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vluchtelingenverdragartikel 422 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens bescherming op grond van Vluchtelingenverdrag

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 22 augustus 2011 te Schiphol in het bezit was van een vals reisdocument, namelijk een Chinees paspoort. Tijdens de terechtzitting bleek dat de verdachte op 20 februari 2013 een positieve beschikking op zijn asielaanvraag heeft ontvangen.

Het hof heeft de vordering van het Openbaar Ministerie en de verdediging onderzocht en geoordeeld dat de verdachte op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag bescherming geniet tegen vervolging voor het bezit van het vals reisdocument. Gezien deze bescherming verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht door de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie te verklaren. Hiermee komt een einde aan de strafvervolging tegen de verdachte wegens het ten laste gelegde feit.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag.

Uitspraak

parketnummer: 23-001365-13
datum uitspraak: 18 september 2014
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-810406-11 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 augustus 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van China (voorzien van het nummer [pasportnummer]) (op naam gesteld van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1993), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie in vervolging.

Ter terechtzitting is gebleken dat bij beschikking van 20 februari 2013 positief is beslist op de asielaanvraag van de verdachte. Het hof is met het Openbaar Ministerie en de raadsvrouw van de verdachte van oordeel dat, gelet op de werkingssfeer van artikel 31 van Pro het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 (Vluchtelingenverdrag) en de daarmee samenhangende jurisprudentie van de Hoge Raad, de verdachte bescherming geniet op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag en het Openbaar Ministerie derhalve niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.A. Peters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Meyer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 september 2014.
Mr. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.