Belanghebbende voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake een naheffing van douanerechten en omzetbelasting over ingevoerde videotuners. De inspecteur had een uitnodiging tot betaling (UTB) opgelegd wegens onjuiste classificatie van de goederen.
De kern van het geschil betrof de juiste indeling van de videotuners in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), waarbij belanghebbende stelde dat de goederen onder post 8528 71 11 (elektronische assemblages voor inbouw) vielen, terwijl de inspecteur en het hof oordeelden dat de goederen niet ingebouwd worden maar extern aangesloten en derhalve onder post 8528 71 19 vallen.
Daarnaast stelde belanghebbende dat het beginsel van de rechten van de verdediging was geschonden omdat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen te reageren op het voornemen tot oplegging van de UTB. Het hof oordeelde dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gekregen, mede omdat een gemachtigde namens haar akkoord was gegaan met de correcties en dat de inspecteur op die verklaring mocht vertrouwen.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De UTB was rechtsgeldig opgelegd en de classificatie van de videotuners onder post 8528 71 19 was correct.