ECLI:NL:GHAMS:2014:3969
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin zijn vordering tot vernietiging van een leaseovereenkomst werd afgewezen wegens verjaring. De echtgenote van appellant had de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van de leaseovereenkomst.
Het hof kwalificeert de leaseovereenkomst als een koop op afbetaling (huurkoop) en bevestigt dat de echtgenote op grond van artikel 1:89 BW Pro het recht heeft de overeenkomst te vernietigen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming. De rechtsvordering tot vernietiging verjaart echter na drie jaar vanaf het moment dat de echtgenote met de overeenkomst bekend is geworden.
Dexia stelde dat de echtgenote al meer dan drie jaar bekend was met de overeenkomst, wat de verjaring zou inroepen. Het hof achtte Dexia voorshands in het bewijs geslaagd, maar gaf appellant de mogelijkheid tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat appellant toe tegenbewijs te leveren over het tijdstip van bekendheid van de echtgenote met de leaseovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.