ECLI:NL:GHAMS:2014:3807
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- L.A.J. Dun
- E.A.G.M. Waaijers-Kaarsgaren
- Rechtspraak.nl
Verlenging schuldsanering na beoordeling betrokkenheid en informatieplicht schuldenaren
In deze zaak stond de vraag centraal of appellanten, een echtpaar, betrokken waren bij een complexe handelsconstructie met een Ltd. en een CV, die mogelijk inkomsten buiten de schuldsaneringsregeling hield. Het hof heeft het eerdere tussenarrest bevestigd waarin werd vastgesteld dat appellanten tekort waren geschoten in hun informatieplicht, maar hen alsnog de gelegenheid had gegeven om aanvullende toelichting te geven.
De bewindvoerder had vermoedens dat de constructie bewust was opgezet om geldstromen te verbergen, waarbij appellanten mogelijk de feitelijke zeggenschap hadden. Appellanten stelden dat zij niet betrokken waren bij de onderneming op een wijze die niet was toegestaan en dat zij alle relevante administratie hadden verstrekt. De echtgenote (appellante sub 1) bleek geen formele of informele betrokkenheid te hebben, terwijl de situatie bij appellant sub 2 complexer was, maar ook hier ontbraken concrete aanwijzingen voor misbruik.
Gezien het ontbreken van bewijs dat appellanten de schuldsaneringsregeling zouden moeten verliezen, heeft het hof de beëindiging van de regeling afgewezen en de regeling met een jaar verlengd. Tevens benadrukte het hof dat appellanten tijdens de verlengde periode alle verplichtingen uit de regeling strikt moeten naleven en de bewindvoerder volledig moeten informeren.
Het arrest vernietigt het vonnis waarvan beroep en bepaalt dat de rechtbank bij het einde van de regeling zal beoordelen of appellanten de schone lei wordt verleend.
Uitkomst: De beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en de regeling wordt met een jaar verlengd.