ECLI:NL:GHAMS:2014:3697
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huurrecht voormalig echtelijke woning na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in 2008 en hun huwelijk werd ontbonden op 7 april 2014. De woning werd sinds eind 2009 voornamelijk door [Y] bewoond, die ook sinds medio 2010 de huur volledig betaalde. [X] verzocht in hoger beroep om huurder te worden van de woning, maar dit verzoek werd afgewezen omdat [Y] een zwaarwegend belang had bij het huurrecht, mede door zijn verslechterde inkomenssituatie en ziekte.
De rechtbank had eerder bepaald dat [Y] het exclusieve gebruik van de woning kreeg, en [X] mocht de woning niet betreden. [X] stelde dat hij vanwege zijn medische situatie woonruimte in de stad nodig had, maar het hof vond zijn onderbouwing onvoldoende en kon niet aannemen dat zijn behandeling in het ziekenhuis hem verplichtte in die stad te wonen.
Het hof oordeelde dat het belang van [Y] om huurder te zijn zwaarder woog dan dat van [X]. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en werden de verzoeken van [X] afgewezen, inclusief zijn verzoek om [Y] in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat [Y] huurder blijft van de woning en wijst het verzoek van [X] af.