Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van de meerderjarige [X],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Appellant maakte zijn woonplaats niet bekend ondanks daartoe gegeven gelegenheid, waardoor het hof het bewijsaanbod om zichzelf en zijn echtgenote als getuigen te horen passeerde. Dit leidde tot het falen van de grieven van appellant.
Het geschil betrof onder meer de vraag of appellant de huur over december 2010 en januari 2011 contant had voldaan. Geïntimeerde had producties overgelegd die een sterke aanwijzing vormden dat dit niet het geval was. Appellant heeft nagelaten hierop te reageren, wat voor zijn rekening en risico kwam.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van de woonplaats van appellant onredelijke benadeling voor geïntimeerde opleverde, met mogelijke executieproblemen. Daarom werd het bewijsaanbod gepasseerd en faalden de grieven. De incidentele vordering tot zekerheidstelling werd afgewezen en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en wijst alle grieven van appellant af wegens niet bekendmaken woonplaats en falen bewijsaanbod.