Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[Appellante sub 1],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat ABN AMRO de bevoegdheid toekent om de opslag in het rentepercentage van een hypothecaire lening te wijzigen. De leningsovereenkomst is gesloten met toepasselijkheid van de Voorwaarden ABN AMRO Woninghypotheken, waarin expliciet een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen.
Het hof bevestigt dat ABN AMRO krachtens art. 4.1.4 van deze voorwaarden bevoegd is de opslag te wijzigen en dat appellanten onvoldoende hebben gesteld om dit te betwisten. Ook het betoog dat het wijzigingsbeding een kernbeding is en niet via algemene voorwaarden kan worden geregeld, wordt verworpen. Appellanten betwisten de motieven van ABN AMRO voor de opslagverhoging zonder voldoende onderbouwing.
Wel stelt het hof ambtshalve de vraag aan de orde of het wijzigingsbeding niet onredelijk bezwarend is in de zin van EG-Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Omdat partijen hierover nog niet hebben geredeneerd, verwijst het hof de zaak naar de rol voor nadere schriftelijke toelichting. Andere grieven, waaronder schending van de bancaire zorgplicht en toepassing van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen, worden afgewezen.
De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid hun standpunten aan te passen met betrekking tot de mogelijke oneerlijkheid van het wijzigingsbeding.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting over de mogelijke oneerlijkheid van het wijzigingsbeding.