Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De heffingsambtenaar heeft deze stellingen betwist.
Gerechtshof Amsterdam
Het geschil betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres te Z, vastgesteld op €232.000 voor het kalenderjaar 2012 met peildatum 1 januari 2011. Belanghebbende betwistte deze waarde, onder meer vanwege de waardering van een in 2011 gerealiseerde dakopbouw en de vergelijkbaarheid van gebruikte referentieobjecten.
De rechtbank oordeelde dat de waarde correct was vastgesteld, mede omdat de dakopbouw als verbouwing en verbetering werd aangemerkt, waardoor de toestandsdatum 1 januari 2012 geldt. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en recent verkocht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere argumenten van belanghebbende werden verworpen.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. E.A.G. van der Ouderaa, lid van de belastingkamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €232.000 wordt bevestigd.