ECLI:NL:GHAMS:2014:3203
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding machtiging
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van twee onroerende zaken, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de machtiging van de gemachtigde één dag te laat was ingediend. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, waarbij werd geoordeeld dat de termijn van twee weken voor herstel van het verzuim niet onredelijk was en dat belanghebbende geen verzoek tot termijnverlenging had gedaan.
Het Hof oordeelt echter dat het buiten proportioneel is om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren vanwege een overschrijding van slechts één dag, zeker omdat de machtiging al op 8 mei was ontvangen en het bezwaar pas drie weken later werd afgehandeld. Het Hof stelt dat de heffingsambtenaar het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4 Awb Pro had moeten toepassen en vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar.
Het Hof draagt de heffingsambtenaar op om het bezwaar alsnog in behandeling te nemen. Tevens veroordeelt het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende. Het geschil over de redelijkheid van de termijn wordt niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het bezwaar wordt alsnog in behandeling genomen.