Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, de ouders van een minderjarige geboren in 2011, zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over de hoogte van de kinderalimentatie. De vrouw verzocht een hogere bijdrage dan de rechtbank had vastgesteld, terwijl de man de beschikking wilde bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de oorspronkelijke overeenkomst over €360 per maand tot 1 september 2013 liep, maar dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over het bedrag daarna. De nieuwe richtlijnen van de Werkgroep Alimentatienormen per 1 april 2013 zijn van toepassing. De behoefte van het kind werd vastgesteld op €382 per maand, onbetwist door partijen.
De draagkracht van de man werd berekend op €838 per maand, die van de vrouw was zeer laag, waardoor het hof vond dat alleen de man in de kosten moest voorzien. Een zorgkorting van 15% werd toegepast vanwege de omgangsregeling, waardoor de bijdrage van de man werd vastgesteld op €325 per maand vanaf 1 september 2013.
Verzoek tot vergoeding van vervoerskosten door de vrouw werd afgewezen omdat dit de behoefte van het kind zou overstijgen en niet in de richtlijnen is voorzien. De vrouw werd niet veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd vernietigd voor zover het hof een andere bijdrage vaststelde.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 september 2013 een bijdrage van €325 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.