Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma [GEÏNTIMEERDE SUB 1],
2. [GEÏNTIMEERDE SUB 2],
3. [GEÏNTIMEERDE SUB 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 1, voor zover deze inhield dat artikel 7.1 van de overeenkomst moet worden beschouwd als een beding dat de kern van de prestaties aangeeft (vgl. art. 6:231 aanhef Pro en sub a BW), ingetrokken.
grieven 2 en 5, voor zover op dit onderdeel van de vordering betrekking hebbend, doel treffen en dat het te dezen gevorderde bedrag van € 1.767,15 alsnog zal worden toegewezen.
indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (…)”
Grief 1, voor zover op het anders luidende oordeel van de kantonrechter betrekking hebbend, is dus gegrond.
grief 6gegrond is.