Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Holland inzake het bezit van zeven stroomstootwapens door verdachte op 9 juni 2013 te Haarlem. De verdachte voerde aan dat hij niet wist dat deze wapens in Nederland verboden waren en dat hij vertrouwde op een Duitse handelaar die de wapens als legaal in de EU aanprees.
Het hof oordeelde dat de doorzoeking van de woning rechtmatig was op basis van een geldige machtiging en een redelijk vermoeden van verboden wapens. De verdachte werd wettig en overtuigend bewezen dat hij de stroomstootwapens in bezit had. Het beroep op verontschuldigbare dwaling werd verworpen omdat de Duitse handelaar niet als gezaghebbend kon worden aangemerkt en de verdachte niet in redelijkheid op diens advies mocht vertrouwen.
De straf werd door het hof vastgesteld op een voorwaardelijke geldboete van €550 en een voorwaardelijke hechtenis van elf dagen met een proeftijd van twee jaar. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij voor hetgeen niet bewezen werd verklaard.