Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1994 gehuwd en in 2004 gescheiden. De man was tot juni 2012 in loondienst bij een B.V. met een hoog salaris, waarna hij een eenmanszaak startte met aanzienlijk lager inkomen. De vrouw ontvangt kinderalimentatie en een uitkering tot levensonderhoud, die de man wilde verlagen.
In hoger beroep staat centraal of het inkomensverlies van de man herstel vatbaar is. De vrouw stelt dat de man onvoldoende sollicitatie-inspanningen heeft geleverd en zijn inkomen redelijkerwijs kan herstellen. De man betwist dit en wijst op de economische crisis en zijn ondernemerschap.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn oude inkomen niet kan herwinnen. Hij heeft geen bewijs geleverd van sollicitaties of bemiddeling via headhunters. Zijn start van een eenmanszaak is niet aannemelijk gemaakt als enige optie. Daarom wordt het inkomensverlies als herstel vatbaar beschouwd en wordt zijn draagkracht vastgesteld op het oude salarisniveau.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het verzoek van de man om verlaging van de alimentatie wordt afgewezen. Het hof wijst het verzoek van de vrouw toe dat de alimentatie gebaseerd blijft op het oude inkomen van de man.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man om verlaging van de alimentatie af en stelt de draagkracht vast op het oude inkomen.