Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Zekerheid
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
Ten aanzien van de heffing van douanerecht
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een operateur in de vrije zone controle type II, heeft goederen onttrokken aan het douanetoezicht door deze uit de vrije zone te vervoeren zonder toestemming en zonder dat de goederen waren vrijgegeven. De inspecteur legde een uitnodiging tot betaling (UTB) op voor douanerechten en omzetbelasting. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Het hoger beroep bij het Hof bevestigt deze uitspraak.
Het Hof stelt vast dat de goederen op 11 april 2011 zijn uitgeslagen uit de vrije zone controle type II zonder dat een opvolgende douaneregeling van toepassing was, waardoor de goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken en een douaneschuld is ontstaan. Belanghebbende is als douaneschuldenaar terecht aangemerkt omdat zij de goederen heeft weggenomen voordat deze waren vrijgegeven en zij op grond van haar vergunning aansprakelijk is voor onttrekkingen.
De stelling van belanghebbende dat de onttrekking niet heeft plaatsgevonden onder de regeling extern communautair douanevervoer en dat de goederen in Duitsland zijn ingevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Ook de bewering dat sprake zou zijn van dubbele heffing wordt verworpen. Ten aanzien van de omzetbelasting bevestigt het Hof de overwegingen van de rechtbank dat de onttrekking in Nederland heeft plaatsgevonden en de omzetbelasting terecht is geheven.
Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen veroordeling in de proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.