ECLI:NL:GHAMS:2014:2160
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling keramisch proppant onder GN-post 6909 en afwijzing beroep tegen navordering
Belanghebbende betwistte de navordering van invoerrechten over keramisch proppant S138-3050, dat zij had ingedeeld onder GN-post 2606 (aluminiumerts). De inspecteur stelde dat het product onder GN-post 6909 (keramische producten voor technisch gebruik) moest worden ingedeeld, omdat de bewerkingen die het product had ondergaan niet gebruikelijk zijn in de metallurgie voor aluminiumwinning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat het product chemisch en fysiek was bewerkt door malen, vormen en sinteren, waardoor het niet langer als aluminiumerts in de zin van post 2606 kon worden beschouwd. Het product is een keramisch artikel voor technisch gebruik en valt daarom onder post 6909.
Belanghebbende voerde subsidiair aan dat de inspecteur op grond van artikel 220, lid 2, sub b, van het CDW van navordering had moeten afzien vanwege een vermeende vergissing van de douane. Het hof oordeelde dat niet aan alle cumulatieve voorwaarden voor afzien van navordering was voldaan, met name omdat belanghebbende niet aan alle voorschriften inzake de douaneaangifte had voldaan. De navordering was derhalve terecht opgelegd.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de navordering is terecht opgelegd; het product valt onder GN-post 6909.