Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1981 in Marokko gehuwd en in 2012 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarige geboren. De rechtbank had bepaald dat de man een bijdrage van € 69 per maand moest betalen voor het kind. De vrouw vroeg verhoging van deze bijdrage en een uitkering voor haar levensonderhoud. De man woont sinds 2012 met zijn nieuwe echtgenote in Marokko en ontvangt een Nederlandse WAO/WIA-uitkering.
Het hof behandelde het hoger beroep van de man tegen de beschikking die de alimentatie verhoogde naar € 250 voor het kind en € 750 voor de vrouw. De man stelde dat zijn draagkracht lager is vanwege zijn woonplaats en onderhoudsplicht voor zijn nieuwe echtgenote. Het hof oordeelde dat de vrouw behoeftig is en niet in staat is zelf in haar levensonderhoud te voorzien.
Voor de draagkrachtbepaling paste het hof het woonlandbeginsel toe, waarbij rekening wordt gehouden met het lagere kostenpeil in Marokko (40% lager dan Nederland). De man werd als alleenstaande beschouwd, en zijn draagkrachtloos inkomen werd vastgesteld op 60% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. De draagkracht werd berekend op € 686 per maand, waarvan € 480 beschikbaar is voor het kind. Het hof stelde de alimentatie voor de vrouw vast op € 216 per maand en bekrachtigde de bijdrage voor het kind van € 250 per maand.
Uitkomst: Het hof bepaalt een kinderalimentatie van € 250 en een partneralimentatie van € 216 per maand, rekening houdend met het woonlandbeginsel.