ECLI:NL:GHAMS:2014:1853
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.M. Tillema
- J. Blokland
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bij adviseringsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert Adviesbureau LIOC betaling van een onbetaalde factuur van €3.428,39 voor advisering aan [geïntimeerde]. De kantonrechter wees de vordering af omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat de opdracht mondeling was verstrekt door een vertegenwoordiger van [geïntimeerde].
In hoger beroep stelt LIOC dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [X], die in het verleden meerdere opdrachten namens [geïntimeerde] had verstrekt en daarbij een schijn van volmacht wekte. Het hof oordeelt dat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid aan [geïntimeerde] kan worden toegerekend, omdat [geïntimeerde] onvoldoende heeft aangetoond dat [X] niet bevoegd was.
Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente vanaf 25 juni 2009 en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens worden de proceskosten aan [geïntimeerde] opgelegd. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 20 mei 2014.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van de factuur, wettelijke rente en incassokosten.